TV Amelte

IN  DE  SCHIJNWERPER.  

Iemand interviewen. Maar ja, wie o wie? Daar moet ik eerst even flink over nadenken. Maar piekeren geeft stress en dat wil je natuurlijk niet. Een oplossing bedenken. En na enige tijd weet ik het. Ja, die persoon.
Die moet ik hebben. Iemand die nog niet zo vreselijk lang lid is, maar wel is opgevallen. Een kleine 2 jaar is zij lid van onze vereniging. Ja, het is een “zij”. Over wie hebben we het? Juist, JOSÉ  STOOP. Jarenlang in het westen van ons land gewoond (Noord-Holland) en nu woonachtig in Assen. Alles is in het begin vreemd. Je moet echt wennen. En wat deed zij voor de vereniging en voor haar zelf? Niet vorig jaar zoals gebruikelijk 2 keer kantinedienst draaien. Nee, nee. Vier keer die taak op zich nemen. Meteen even vragen waarom ze dat deed. En als antwoord zegt ze dan:”Tja, als ik wat vaker kantinedienst draai, dan leer ik de mensen een beetje kennen.”

     Nu geleidelijk aan helemaal ingeburgerd en tennissen vindt ze geweldig om te doen. Een rustig vertellende José : “Ik kan me er elke keer weer op verheugen. Lekker in beweging blijven.”  
In het verleden heeft ze diverse sporten beoefend. Ballet en aerobics waren leuke activiteiten. Dan een uiterst enthousiaste José :” Bowlen mocht ik ook graag doen. Ik heb zelfs een keer meegedaan aan het Nederlands Kampioenschap. Dat werd in Limburg gehouden. Ik werd daar toch maar mooi negende. Toen was ik wel een beetje trots op mezelf.” Dan heel abrupt:”

Paardrijden was voor mij ook een leuke hobby. Dat is heel ontspannen. Trouwens, ik heb ook nog een golfvaardigheidsbewijs behaald”.  

José, een vrouw die het liefst in makkelijke kleding rond loopt. Een slobberbroek met een hemdje. “ Maar als ik naar een verjaardag ga, dan trek ik wel een jurk aan.”
Even later gezellig babbelend : “ Nu het bijna weer zomer is vind ik het leuk er op uit te trekken. Lekkere lange dagen. ‘s Morgens vroeg uit  de veren. Heerlijk fietsen, tennissen, wandelen.”
Tussen neus en lippen door geeft ze aan het fijn te vinden om op vakantie te gaan. “ We zijn in het verleden een paar keer naar Mexico geweest. Helemaal geweldig. Goede accommodatie. Lekker eten. Ik vind eigenlijk alles lekker.
O nee, dat is niet waar. Wat ik nooit eet is hutspot. Dan keert mijn maag zich om. Alles verdwijnt dan in de wc.
Zo ver weg hoeft ook niet meer.  Maar een aantal dagen naar Ameland of Schiermonnikoog staat nog wel op het verlanglijstje.” 
Als je haar vraagt wat ze zou willen als ze een grote geldprijs zou winnen, dan weet ze precies wat ze wil. “
Een zwembad en een tennisbaan in de tuin. O ja, dat laatste kan natuurlijk niet, want dan moet je wel een hele grote tuin hebben.”  
De gelukkigste momenten in haar leven? Daar hoeft ze niet lang over na te denken. Heel resoluut zegt ze: “Onze trouwdag en de geboorte van de beide kinderen.”  
Opeens vertelt ze,dat ze samen met haar man wel iets geks hebben gedaan. “We hebben een auto, een Pontiac Fiero, via een bedrijf laten ombouwen tot een soort droomauto en hebben daar 5 jaar mee gereden.”  
Dan nieuwsgierig naar de laatste 5 jaar. Ze zegt niets. Ineens zie ik haar gezicht betrekken. Heel geëmotioneerd  is ze plotseling.
Gewoon even een pauze inlassen. Ik heb met haar te doen. Dan vertelt ze : “ In 2018 is onze dochter overleden. Een hartinfarct was het. Verschrikkelijk. Weliswaar was er na 4 ablaties ( het wegbranden van extra impulsen in het hart) een ICD geplaatst die het ritme van het hart in de gaten houdt en bijstelt als het nodig is. Als het hart te snel klopt kan de ICD een elektroschok geven, waardoor het hart weer in een normaal ritme gaat kloppen.”  

 

Na enige tijd praten we nog even  over de vereniging. Amelte vindt ze een gezellige, prettige vereniging, maar het zou in haar ogen wenselijk zijn , dat er wat meer schoonmaakartikelen komen. De kantine is volgens haar niet altijd even schoon.  

 

José, bedankt voor het fijne gesprek en ondertussen heb je door de kantinediensten  de mensen een beetje leren kennen en door dit interview leren de lezers van dit interview jou ook een beetje kennen.  

Klááááááááááááááááááááááááaár.
Roelof Koning.